Afgerekend met valse bescheidenheid

Eén ding in het leven wist hij zeker: hij wilde absoluut nooit een eigen bedrijf beginnen. En al helemaal niet in de logistiek. Maar God had andere plannen met de Rijssense Ruben van den Berg en zijn vrouw Erna. Nu sturen ze zestig koeriers aan; mensen die niet allemaal 100 procent kunnen geven, maar wel 100 procent terugkrijgen. Van God en van het echtpaar.

“Hier in Twente zeg je al gauw: doe maar normaal, dan doe je
al gek genoeg. Maar dat heb ik afgeleerd. Waarom? Je komt er niet verder mee,
je blijft in het normale.” Zo begint Ruben van den Berg. “Op zich is niets mis met
dat normale, maar zo blijf je gekaderd en geef je God niet de ruimte om Zijn
grootsheid door je heen te laten komen. De bekende Twentse nuchterheid, die heb
ik nog wel, maar ik zeg niet meer bij voorbaat: ‘Dat kan niet’. Ik weet uit
ervaring dat het soms wel lukt en daar strek ik mij naar uit. Zo loop ik God niet
voor de voeten omdat het menselijke brein of de menselijke kaders al van te
voren zeggen dat het niet lukt.”

Kijk niet achterom

Hoe Ruben van den Berg tot zijn inzicht kwam? Heel
toepasselijk in verband met zijn naam: óp een berg in Frankrijk. Daar was hij in
2015 met een groep christenen en een trainer die zei: “Als je verder wilt
komen, moet je je focus verleggen. Maar … ik keek juist altijd achterom!” Als
jongste uit een gezin van twaalf – vandaar de naam Ruben – zei een stemmetje in
zijn achterhoofd altijd: ‘Ach, het is onze ‘Rub’ maar.’ “Ik voelde een stukje
minderwaardigheid en dat liet ik overal in doorschemeren. De trainer zei me: ‘Kijk
niet meer achterom. Je bent getrouwd, vader van vier kinderen en je bent niet
toevallig directeur geworden, maar directeur van een prachtig bedrijf!’ Vanaf
dat moment keek ik niet meer vanaf die berg naar beneden, maar halverwege.”

Vliegend de berg op

Een jaar later trok hij weer met een groep de bergen in. “We
hadden bar weinig slaap en mijn groepsgenoten raakten vermoeid. Maar ik vloog
werkelijk die berg op. Voor mij was het een overwinningstocht. In 2015 plaatste
God me halverwege die berg, nu was het tijd bovenop te staan. Ik voelde Zijn
aanraking en ervoer: ‘Je bent een kind van Mij. Nu mag je voor Mij aan de slag.’
Op dat moment gebeurde er iets in mij en mocht ik mijn autoriteit van Jezus
ontvangen om Zijn koninkrijk zichtbaar te maken op aarde. Toen heb ik ook echt
afgerekend met valse bescheidenheid.”

De humor van God

Ruben en zijn vrouw Erna lachen als ze even later vertellen over
Gods humor. “Ik haalde in mijn jeugd het diploma mbo logistiek, maar wilde
nooit een bedrijf. En zeker niet in de logistiek. Want dat is keihard werken en
een flinterdunne marge.” Toch kreeg hij na de nodige omwegen een onderneming.
Zijn route? Via een bouwmaterialenhandel, studie Theologie, transportbedrijf en
een burn-out.

Hallo, God, vergeet U mij niet?!

“Op mijn 23e was Gods koninkrijk voor mij beperkt
tot voorganger, pastor en evangelist - dat was mijn toekomst, dacht ik tijdens
mijn theologiestudie.” De ene na de andere studiegenoot belandde op de kansel,
maar niet Ruben. Tot hij besefte: “Er klopt iets niet. Ik heb zo’n verlangen om
U te dienen. Hallo, God, vergeet U mij niet?” Toen zijn energie in 2010 ook nog
eens op raakte, koos hij voor een leven als deeltijd huisman, student en koerier.
Zijn vrouw werd kostwinner.

Onrust op afstand voelen

Na twee jaar liep ook Erna echter vast. Op een zaterdag voelde
ze dat ze moest stoppen met haar werk. Ruben zat toen in Amersfoort, voor zijn
wekelijkse studiedag, maar voelde: “Ik moet naar huis.” En hij gíng naar huis,
weg uit de lessen. Zonder dat hij iets van Erna’s situatie wist, kwam tijdens
de rit 2 Timotheüs 4:24 in hem op: ‘Hij die u roept, is getrouw.’ “Ik riep uit:
‘Heer, ik weet het niet, maar ik moet mijn kleingelovigheid belijden.’ Ik brak,
zat te huilen in de auto.” Hij stopt met praten, tranen wellen op. Dan gaat hij
verder: “Daarop zei ik: ‘Heer, hier ben ik. Maar geef me alsjeblieft een groot
geloof.’”

Hoeveel bevestiging wil ‘n mens hebben?

Thuis vertelde zijn vrouw dat ze haar baan wilde opzeggen.
“Toen deelde ik mijn moment en zei: ‘Zeg je baan maar op.’” Een moedige stap,
want wat overbleef was niet meer dan twee dagen per week betaald koerierswerk
én een gezin met – toen nog – drie kinderen om te voeden … Voor de zekerheid
gooide Ruben die avond nog wel een vlies uit, zoals Gideon dat in Richteren
6:37 deed bij een belangrijke keus. Die avond vertelde een wildvreemde zijn
vrouw bovendien dat hij een boodschap had: Psalm 23, de Heer is mijn
Herder.’  De volgende morgen – zondag – was
de vacht droog en de grond eromheen nat. En in de kerk prijkte voor op de
liturgie weer Psalm 23 …

Tranen en kleding

De dag na haar ontslag ontdekte Erna dat ze zwanger was. “Dit
vierde kind werd een vreugdekind!” Waar anderen wellicht in paniek raken – hoe
moet dat met geld? -, waren Erna en Ruben vol vertrouwen. “En we hebben geen
dag te kort gehad”, klinkt het ineens tussen tranen door. “Als een van de
kinderen nieuwe schoenen of kleren moest hebben, dan kregen we vanzelf nieuwe
of tweedehands schoenen. Of een zak met kleren. God voorzag steeds.”

Zaak wordt zinkend schip

Niet veel later volgde een nieuw wonder. In het
koeriersbedrijf waar Ruben werkt, kan hij ineens bedrijfsleider worden. Hij
grijpt de kans. Even later blijkt dat zijn werkgever de zaak daarna wegens
psychische problemen compleet aan zijn lot overlaat. Gevolg? Een zinkend schip
en - met de haven in zicht na een periode van buffelen door Ruben -
uiteindelijk een faillissement in 2013.

Kansloos (of toch niet?)

“Het ging me aan mijn hart dat veertien man in de WW zou
komen”, blikt Ruben terug. Ondertussen zei zijn omgeving: “Jij hebt
competenties genoeg om ondernemer te zijn.” Uiteindelijk bad hij daarom het
gebed van Jabes
uit 1 Kronieken 4:10: ‘Zegen mij: maak mijn grondgebied groot en bescherm
me tegen het kwaad, zodat ik geen pijn hoef te lijden.’ “Ik telde uit: het is 99
procent kansloos; ik heb geen geld; mijn huis staat onder water; we zitten
midden in de economische crisis en ik heb geen zekerheden. Maar, Heer, als het
uw weg is dan ga ik voor die ene procent.” Zijn doorstart slaagde. Met
de helft van de werknemers. En onder de naam Logique.

Symbool van de kruiwagen

In 2016 volgde een belangrijke verandering. “We gingen alleen
nog vervoeren wat te klein is voor een pallet en te groot voor een doos. Dus
kleintransport waarvan het product zo in een bestelbus past.” Als symbool voor
dit onhandige, bijzonder formaat gebruiken ze vanaf dat moment een kruiwagen.
Een symbool dat ze ook doortrekken naar hun personeel, dat net zó bijzonder is.
En soms een kruiwagen nodig heeft om terug te komen in het arbeidsproces.

Nu eens niet die 100 procent

“Je kunt de logistieke processen op 100 procent zetten voor
zo veel mogelijk rendement. Dan moet je mensen hebben die dat voor 100 procent
aan kunnen. Mensen die ondergesneeuwd zijn, kun je slechts 80 of 90 procent
inzetten. Wie de motivatie en inzet heeft om te werken, kan bij ons al aan de
slag; je mag dit werk namelijk met rijbewijs B al doen. Dat maakt het heel geschikt
voor een groep die net boven de categorie mensen staat met een afstand tot de
arbeidsmarkt. Bij die groep zit echter veel pijn, verdriet en ellende van
dingen die ze in het leven is overkomen. We willen dat het bedrijf een veilige
plek is voor deze mensen. Daarom passen wij de processen aan hen aan in plaats
van andersom.”

Praktijkvoorbeeld: huilende medewerker

Erna, die sinds de komst van hun vierde thuis zit, neemt in
die tijd het personeelsbeleid op zich. Ze werkt op vaste dagen en dat weten de
medewerkers. “Vanmorgen was niet mijn werkmorgen. Maar ik had het gevoel naar
de zaak te moeten”, illustreert ze. “Ineens komt er een medewerker binnen,
gooit zijn tas in de hoek en begint te huilen. Zegt dat hij het niet meer aan
kan en niemand heeft om mee te praten. ‘Toen ik langsreed en jou zag zitten,
dacht ik: ‘Yes, dan kan ik mijn verhaal doen.’ Kijk, dát is de kracht van
Logique. Dit is de plek die we willen zijn. Dat is Jezus laten zien in deze
maatschappij.” Een bij-effect hiervan? “Waar andere transportbedrijven
schreeuwen om chauffeurs, staan ze bij ons aan de deur!”

En dan is er de echte bescheidenheid

Bij de nieuwjaarsbijeenkomst Kingdom at Work van CBMC kregen
Erna en Ruben dit jaar een nieuwe bevestiging van hun werk. Een Amerikaanse man
vertelde hoe zijn bouwbedrijf omging met medewerkers. “Hij vertelde óns verhaal”,
klinkt het met trillende stem, voordat er grote tranen over Rubens wangen
rollen. Hij stokt, komt bijna niet uit zijn woorden: “God sprak daarna tot me:
‘Jullie gaan het land in om te laten zien hoe je Kingdom at work in praktijk
brengt, hoe je anderen motiveert en bemoedigt.’” Hij valt stil, slikt zijn
tranen weg en vervolgt: “Wie ben ik om dit te mogen doen?”

Deur de wekke proat ie d’r niet owwer

Ook buiten de deur laten ze hun levende geloof zien. Bij de
notaris, waar ze bijna een coachingsgesprek geven wanneer die vanwege
privéomstandigheden begint te huilen. Of bij een lokale businessclub, waar
Ruben een presentatie geeft. “In Rijssen weet iedereen dat je christen bent,
maar je praat er niet over. Op zondag goi noar de kearke, maar deur de wekke
proat ie d’r niet owwer. Dat is het motto. Ik vertelde daar dat ik geroepen was
te ondernemen en een passie heb voor Jezus. En van daaruit ook een passie voor de
mensen in ons bedrijf. Toen zei iemand: ‘Wat gaaf dat je dit durft.’ Mijn
antwoord? ‘Jij kunt dat ook. Gewoon doen!’ Natuurlijk is het doodeng, maar wat
dacht je hoe Paulus en Johannes het vonden, en al die andere discipelen? Als je
de liefde van Jezus hebt geproefd, ziet wat er gebeurt in mensenlevens, dat er
genezing is of iets tot bloei komt, dan hou je je toch niet meer stil?”

Mozes versus moderne slavernij

Toch gaat ook de vaarroute van Logique soms over flinke golven.
Zo bleek eerder dit jaar van het werk voor een opdrachtgever bijna geen winst meer
over te blijven. Maar … die klant zorgde wel voor 50 tot 60 procent van de
omzet … “Erna en ik kwamen er niet uit wat we moesten doen.” Ze gingen zelfs
even hun eigen weg. Totdat God door een broeder tot Ruben sprak over de
situatie. “Ik denk dat je Mozes bent. Ga uit de moderne slavernij en God gaat
voorzien.” Daarop belde hij Erna om te vragen of hij naar haar toe kon komen om
dit te delen.

Verdwijnend omzetgat

“Onderweg belde ik eerst nog met Wim Kater (directeur CBMC,
red). Voor ik mijn verhaal kon doen, wilde hij bidden.” Ruben parkeert daarom zijn
auto op een zandweggetje en begint te lopen naar een straatnaambordje. Prompt
beschrijft Wim waar Ruben loopt. “Hij zei: ‘Ruben, je hebt geen tegenwind, maar
zijwind. Je hebt het einddoel voor ogen. En God zegt: gaan!’ Dat was zo’n bevestiging
binnen een halve dag!” Hoe hij het enorme omzetgat moest opvullen? Dat wist de
Rijssenaar nog niet. Maar God voorzag. “Binnen een week nadat ik het besluit
nam, kreeg ik al enorme kansen. En binnen drie weken was ruim twee derde van de
omzet al opgevangen. Niet te beschrijven. Ik weet gewoon niet wat er gebeurt op
dit moment. Ik kan er niet bij met m’n verstand.”

Zijn boodschap aan andere ondernemers luidt door alle golven
heen dan ook: “Zorg dat je dicht bij je hemelse Papa blijft. Want er liggen
mooie dingen voor je klaar, als je het cadeautje uitpakt.”